Blauwvleugelsprinkhaan

De sprinkhaan dankt zijn naam aan de helderblauwe achtervleugels, die echter in rust niet zijn te zien. De vleugelrand is zwart van kleur.

Alleen na een sprong worden de felgekleurde vleugels uitgeslagen en de sprinkhaan kan er niet echt mee vliegen, maar wel tientallen meters mee zweven.

De vrij korte achterpoten zijn erg breed en het lichaam is enigszins gedrongen; de grote ronde ogen zijn duidelijk zichtbaar.

De felle kleur dient om vijanden als vogels op afstand te houden, als een vogel plots de felle kleur ziet, wil deze een aanval nog weleens staken.

Vanwege de goede camouflage is de blauwvleugelsprinkhaan bijna niet te zien als hij op de bodem zit.

Previous Post
Next Post