Oester

Vroeger kwamen op veel plaatsen langs de kust oesterbanken voor met zeer veel oesters bij elkaar. Door overbevissing komen ze nog maar in kleine aantallen voor.

De schelp is zeer dikschalig en variabel van vorm. Meestal min of meer rond, maar soms ook meer hoefijzervormig.

De onderste schelp is een hol bakje en de bovenste is plat. Beide kleppen hebben een zeer schilferige sculptuur.

De kleur kan geelwit, grijs of bruin-paars zijn, met onregelmatige vlekken. De binnenkant is glanzend wit.

Kleppen van oesters spoelen regelmatig aan op het strand. In Zeeland worden oesters gekweekt en zijn ze te vinden aan de voet van dijken en pieren.

Previous Post
Next Post