Zeester

Zeesterren hebben een stervormig lichaam met een centrale schijf en meestal vijf langwerpige lobben die armen worden genoemd.

Sommige soorten hebben stekels, andere een glad lichaamsoppervlak. Aan de onderkant van de armen bevinden zich buisvoetjes met kleverige napjes.

Ze kunnen met die sterke zuignapjes zelfs mosselen openen. De gewone zeester gebruikt zeewater om de zuigvoetjes aan te sturen.

Op de bovenkant van de zeester zit een glad vlekje met kleine gaatjes er in, dit is zijn waterfilter.

De mond van de zeester zit aan de onderkant, en zijn anus in het midden op de bovenkant.

Previous Post
Next Post